Scroll To Top
Even geduld.

Ik ben aan het laden.

Categorieën
OK
Selecteer één of meerdere categorieën




















Selecteer één of meerdere categorieën
OK
Appellaties
OK
Selecteer één of meerdere appellaties






















































Selecteer één of meerdere appellaties
OK
Smaakprofielen
OK
Selecteer één of meerdere Smaakprofielen

Rode wijn



Witte wijn



Restzoete wijn



Rosé wijn


Selecteer één of meerdere Smaakprofielen
OK
Domeinen
OK
Selecteer één of meerdere domeinen














































































































Selecteer één of meerdere domeinen
OK
Druiven
OK
Selecteer één of meerdere druiven

































































































































































Selecteer één of meerdere druiven
OK
Gerechten
OK
Selecteer één of meerdere gerechten

Vis




Schaal- en schelpdieren









Vlees









Dessert










Aperitief


Bereiding








Selecteer één of meerdere gerechten
OK
Prijsklasse
OK
Bepaal uw prijsklasse:
OK
Bepaal uw prijsklasse:
OK

Omschrijving Viñatigo

Oude wijnrassen van de Canarische Eilanden met de technologie van vandaag.

Geschiedenis Viñatigo

Dit klein familiedomein werd opgericht in 1990. Moderne technologie werd geïntroduceerd en van in het begin was het duidelijk dat er gestreefd werd naar kwaliteitswijnen. De man achter de bodega, en vandaag een van de belangrijkste oenologen en wijnmakers van de eilanden, is Juan Jesús Méndez. Hij is ook professor aan de faculteit scheikunde en oenologie van de universiteit van Tenerife en heeft verschillende wetenschappelijke studies uitgevoerd omtrent allerlei, vaak vergeten, druivenrassen. De recuperatie van deze oude variëteiten wordt vanaf 1995 de werkelijke ambitie van dit domein.

Voorlopig gebeurt dit hoofdzakelijk door het maken van variëtale wijnen, waardoor de consument kan kennismaken met de smaak van de verschillende druiven en wijnen. Maar intussen zijn er ook andere projecten waar topwijnen in assemblage gemaakt worden. Sinds 2003 startte er een schitterend project op het eiland El Hierro (Tanajara) en in 2004 begon men met een klein project in Valle de Guerra (Tacande), gelegen in de meer noordelijke appellatie Tacoronte-Acentejo in Tenerife.

Epicentrum van de drie projecten is La Guancha, in de bodega Viñátigo; hier wordt veel aan onderzoek en ontwikkeling gedaan. Dankzij Viñátigo zijn de wijnen van de Canarische Eilanden vandaag een van de meest interessante ontdekkingen van het Spaanse wijnland. Dit zijn volledig nieuwe en nog onontgonnen gebieden met een rijke geschiedenis en met een niet te schatten rijkdom aan autochtone druivenrassen, niet geënt op Amerikaanse onderstokken - wettelijk verplicht in de rest van Europa - maar 'pie franco'.

De naam Viñátigo is afkomstig van de wilde laurier of laurisilva: een struik, vaak uitgegroeid tot een boom, die in Europa enkel nog op de eilanden en op Madeira voorkomt en prehistorische eigenschappen heeft. De bossen met laurisilva zijn volledig beschermd en lijken wel op de ongerepte wouden zoals men ze in het juratijdperk aantrof.

Varieteiten

De variëtale rijkdom van de Canarische Eilanden is zonder twijfel een van de pijlers waarop de toekomst van deze regio steunt en ongetwijfeld nog verder uitgebouwd zal worden.

Het is vooral vanaf 1490 dat er wijnstokken op de eilanden terechtkomen, en dat met de komst van verschillende kolonies Spanjaarden, Portugezen, Fransen en Italianen. Elkeen bracht vanuit zijn streek van herkomst druivensoorten en nieuwe vormen van viticultuur mee, waarmee vaststaat dat de Canarische Eilanden de eerste wijngaarden van de Nieuwe Wereld waren.

Met de phylloxeraplaag aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw zag men zich op het vasteland verplicht om op Amerikaanse resistente onderstokken aan te planten. Hierdoor gingen er zeer veel variëteiten, die tot dan bestonden, definitief verloren. Gelukkig bereikte de plaag nooit de Canarische Eilanden, waardoor deze de enige gebieden zijn wereldwijd die volledig gespaard zijn gebleven van de phylloxera. Daardoor zijn de wijnstokken vandaag allemaal op 'pie franco' geplant en zijn er zeer veel variëteiten bewaard gebleven, meer dan 80, waarvan vele vandaag enkel nog op de eilanden voorkomen.

Hier volgen de belangrijkste:

WITTE WIJNEN:

Listán Blanco: de meest verspreide soort, zeer gelijkaardig aan Palomino uit Jerez. Zeer productieve variëteit, doch eenmaal aangeplant op grote hoogte geeft ze meer complexiteit en een betere aciditeit. Deze druivensoort is vandaag de meest aangeplante op de eilanden, maar Viñátigo gebruikt ze nauwelijks.

Malvasía: dit is historisch de meest belangrijke druivensoort, aangezien hiermee tussen de 16e en de 18e eeuw de fameuze Canary wine werd gemaakt. Er zijn vele soorten Malvasía. De Malvasia hier heeft gelijke kenmerken met deze van Madeira (Malmsey), Sitges (zie ook bij Jané Ventura) en Lipari, en wordt ook wel Malvasía Candia genoemd. De Malvasía die we vinden in Rioja of andere streken in Spanje is een volledig andere druivensoort. De Malvasía die we op Lanzarote vinden en daar wijdverspreid is - ze noemen deze druif daar Malvasía Volcánica - is een kruising tussen Malvasía Candia en Marmajuelo. Malvasía Candia gedijt vooral goed op lager gelegen wijngaarden, aangezien deze druif warmte nodig heeft. De meeste wijngaarden zijn dan ook te vinden onder de 300 meter hoogte.

Gual: een zeer delicate soort, vooral tijdens het rijpingsproces. Enkel nog te vinden op Madeira, Tenerife, El Hierro en La Palma. Een van de witte druivensoorten die het best veroudert. De wijnen zijn zeer glycerisch en vol in de mond en bevatten wiskylactone, een molecule die proevers steeds op het verkeerde been zet omdat men denkt dat de wijn vergist werd op eikenhouten vaten. De Gual gedijt ook hoofdzakelijk op lager gelegen wijngaarden, wegens zijn korte cyclus. Gual wordt dan ook als een van de eerste in augustus geoogst.

Marmajuelo: enkel te vinden in Tenerife en El Hierro, en tot nu toe werd er geen enkele druivensoort gevonden die genetische gelijkenissen heeft. Zoals Gual is het een druif met een korte cyclus die voornamelijk op lagere hoogtes wordt gecultiveerd, aangezien deze druif zeer gevoelig is voor de koude. Boven de 300 meter geeft Marmajuelo veel problemen. Zorgt voor wijnen met veel structuur en kracht. Net zoals Gual zijn de wijnen van Marmajuelo zeer compleet en mooi rijp, met steeds een hoge aciditeit en rijke aroma's.

Vijariego Blanco: van de witte druiven degene met de hoogste aciditeit. Deze variëteit heeft wel grote hoogtes nodig. Hoofdzakelijk in Tenerife en El Hierro te vinden. Een lange cyclus, dus steeds een van de laatst geoogste druiven. Door zijn aciditeit en aromatische typiciteit uitermate geschikt om te vergisten op eikenhouten vaten.

RODE WIJNEN:

Listán Negro: de meest voorkomende rode druif op de eilanden. Zeer resistent en zeer productief. Gelijk aan de Mission in Californië en de Criolla in Argentinië. Is een zeer gemakkelijke druif die daardoor zeer intensief werd aangeplant. Vanuit wijntechnisch standpunt weinig interessant door zijn hoge rendementen en lichte structuur. Wordt bijna niet gebruikt in Viñátigo.

Negramoll: de tweede meest belangrijke druivensoort die genetisch blijkt verwant te zijn aan Sumoll uit Catalunya (zie Jané Ventura). Een zeer delicate druif die onregelmatige opbrengsten geeft van jaar tot jaar. Tannines in verre staat van polymerisatie, zacht met aroma's van toffee, waardoor de soort traditioneel werd gebruikt in coupages om meer zachtheid aan de wijnen te geven.

Vijariego Negro: zeer zeldzaam. Komt ook nog voor in de Alpujarras, waar waarschijnlijk ook de origine van deze druif ligt. Met een zeer lange cyclus en daardoor vooral op grotere hoogte aangeplant vanwege de noodzaak aan koude. De oogst is dan ook voor eind oktober of begin november voorzien. De druiven zijn groter dan de meeste andere, maar van een grote subtiliteit. Zeer goede aciditeit, zachte en delicate tannines met goede polymerisatie-eigenschappen. Vaak complex na vinificatie en élevage met veel rood fruit. Bijna Bourgondisch van karakter.

Tintilla: zeer zeldzaam. Deze soort heeft geen genetische verwantschap met de befaamde Tintilla de Rota uit Cádiz (die verwant zou zijn aan Graciano). De trossen en de druifjes zijn klein. Zeer weinig productief, nooit meer dan 1 kg per plant en met een zeer mooie concentratie. Een zeer lange groeicyclus en een druif die hoogte nodig heeft - meer dan 600 meter. Oogst begin oktober. Zeer goede aciditeit en concentratie, en daardoor perfect voor een lange élevage. In de neus zwart fruit en chocolade.

Baboso Negro: de laatste druivensoort die door Viñátigo werd gerecupereerd en warempel zelfs wat in de mode is op dit moment. Heel wat andere wijnbouwers hebben dit domein gevolgd en maken ook Baboso. Zeer weinig productief. Vooral in El Hierro te vinden, maar ook in kleinere hoeveelheden in Tenerife. Genetisch bijna identiek aan de Portugese Alfrocheiro Preto en aan Bruñal uit de nieuwe Castilliaanse appellatie Arribes. Van al de rode druivensoorten is dit de meest delicate, een druif met een zeer fijne schil die gemakkelijk stukgaat. Door zijn gevoeligheid vooral aan te planten in kustzones. Of indien aangeplant op grotere hoogte, steeds zuidelijk georiënteerd, aangezien deze druif niet tegen vocht kan. Een druif met een korte cyclus. Oogst begin september. Goede aciditeit, maar vooral schitterende concentratie met hints van rijp zwart fruit en delicate tannines.

Terroir

De bodems zijn hoofdzakelijk vulkanisch, maar met grote verschillen tussen de verschillende zones, zelfs binnen eenzelfde dorp.

Ycoden-Daute-Isora: in La Guancha waar de bodega is, zijn de bodems zeer vulkanisch met een zeer goede drainage en goede verluchting.

Mazapé: op 160 meter, een terroir van 'mazapé', wat een mengeling is van vulkanisch gruis en klei. Hier staan hoofdzakelijk Marmajuelo, Malvasía, Negramoll en Vijariego Blanco aangeplant. Het klimaat is hier Atlantisch zacht met een perfecte zonne-expositie.

Cabo Verde: op 390 meter, net naast de bodega, met een perfect vulkanische bodem met een zeer goede drainage. Hoofdzakelijk beplant met Baboso.

El Palmar: tussen 600 en 700 meter hoogte. Erosiebodem van het massief van Teno, een mengeling van steentjes en klei. Gelegen in een vallei met een uitzonderlijk klimaat. Enkel beplant met Tintilla.

San Juan Degollado: bodems gevormd door de Culataberg die ernaast oprijst. Het klimaat is zeer Atlantisch door de nabijheid van de oceaan. Hier vinden we Gual, Marmajuelo, Malvasía en Moscatel.

Tacoronte-Acentejo: In Valle de Guerra, op een hoogte tussen 150 en 250 meter. Volledige noordelijke oriëntatie en met een zacht klimaat. Viñaten (9 ha) en La Espinosa (4 ha). De bodems zijn samengesteld uit afbraakmateriaal van het Anaga-massief, hoofdzakelijk vulkanisch gruis en klei. Beide wijngaarden zijn volledig aangeplant met de te maken wijn (Tacande) in het achterhoofd: Baboso en Negramoll op de laagst gelegen gebieden en Vijariego en Tintilla op de hogere en meer koele gebieden.

Vinificatie

Al de wijngaarden van Viñátigo zijn aangeplant in rijen om zo een betere controle over elke variëteit te krijgen. Oorspronkelijk vinden we zowel gobelet als pergola, afhankelijk van het feit of de Portugezen de streek gekoloniseerd hadden of niet.

Door het reliëf en de vele terrasaanplantingen gebeurt veel van het werk in de wijngaarden manueel, zo ook de oogst. De filosofie is om steeds te vinifiëren met een maximaal respect voor de druiven, zodat deze zo goed mogelijk de eigenschappen van elke variëteit en van hun terroir weerspiegelen.

De oogst gebeurt in oogstbakjes van 20 kg. De druiven worden gekoeld met droogijs of koolzuursneeuw gedurende 1 dag alvorens de vinificatie aan te vatten. Heel het vinificatieproces verloopt volgens de zwaartekracht - de bodega werd tegen een steile helling aangebouwd. Na een zachte persing worden de witte wijnen gedecanteerd gedurende 24 uur en daarna vergist aan 16°C. Na de gisting worden de wijnen afgetapt (soutirage), geklaard en gestabiliseerd door de winterkoude, waarna er gebotteld wordt.

De Gual rijpt altijd minstens 1 jaar op inox cuves alvorens te bottelen.

De Vijariego Blanco krijgt zijn gisting op eikenhouten vaten van Allier, op zijn gistcellen, met een bâtonnage gedurende 6 maanden. Daarna rust hij nog enkele maanden op inox cuves vooraleer hij gebotteld wordt.

De Malvasía Clásico is een vendange tardive. Passerillage op de wijnstok tot wanneer ongeveer 30% van de druiven ingedroogd zijn en een potentieel alcoholvolume van 18° bezitten. Na de oogst volgt een koude maceratie gedurende 24 uur. De gisting stopt natuurlijk op 15° en met ongeveer 60 gram restsuiker. Daarna krijgt de wijn nog een élevage van 2 à 3 maanden op eiken vaten.

Voor de rode druiven is de leidraad van de oogst de fenolische rijpheid. Tijdens de laatste maanden net voor de oogst worden de pitten constant geproefd ter controle. Na de oogst worden de druiven zo snel mogelijk naar de bodega gebracht waar ze met behulp van de zwaartekracht in de cuves vallen voor de maceratie. Na de maceratie (1 à 2 weken, afhankelijk van de variëteit en het millésime) vindt de malolactische gisting plaats, waarna de wijnen op vat gaan. De periode van élevage wordt bepaald door continue proeven van de vatstalen om te bepalen wanneer het optimale moment daar is.

Winkelmandje

Het product is maal toegevoegd aan je winkelmandje.
Verder winkelen Winkelmandje

Winkelmandje

Uw perfecte wijn vinden?

Geef ons 30 seconden van uw tijd en wij helpen u graag.

Ja, help mij mijn ideale wijn te vinden Nee dank u, ik wil graag zelf zoeken
Sluiten

Opgelet!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw surfgedrag te verbeteren.
Bepaalde functionaliteiten zijn afhankelijk van deze cookies.
Indien u meer informatie wilt over onze cookie policy kan dat door deze pagina te raadplegen.