Terroir Jable de Tao
Lanzarote is het tweede oudste eiland van de Canarische archipel. Het eiland bestond oorspronkelijk uit twee delen, met daartussen een zeearm. In het centrale gedeelte bleven daardoor zand- en kalkrijke afzettingen achter. Daar verwijst de naam jable naar: de lichte zandbodems met mariene oorsprong die een ander gezicht van Lanzarote tonen dan het bekende zwarte vulkaanzand.
Tao ligt in deze zone. De bodems bevatten er veel kalk en fossiele schelpresten, opgebouwd uit afzettingen doorheen de jaren. Deze bodems geven de wijnen een eigen profiel binnen het eiland, met fraîcheur en diepgang.
De wijnbouw op Lanzarote is bijzonder arbeidsintensief. De traditionele hoyos, kuilen die ongeveer 200 jaar geleden met de hand werden uitgegraven, maken deel uit van het patrimonium van het eiland. Elke wijnstok wordt in zo’n kuil geplant en door muurtjes beschermd tegen de doorgaans noordoostelijke wind. De opbrengsten zijn uitzonderlijk laag: in traditionele hoyos vaak slechts ongeveer 600 kilogram druiven per hectare, en in sommige percelen zelfs niet meer dan 300 kilogram per hectare.
Nieuwere aanplant gebeurt vaker langs muren of achter afgeronde windbeschuttingen, met een hogere plantdichtheid en een groter rendement per hectare. De verschillen binnen het eiland zijn groot: hoger gelegen percelen zijn vaak wilder en moeilijker te bewerken door het gebrek aan water, terwijl de lager gelegen zones rijkere bodems en meer aanplant kennen.
Masdache staat bekend om zijn armere bodems en oude fieldblends. Chupadero behoort dan weer tot de meest vulkanische zones van het eiland, met wijnbouw in een krater.